|
|
Tuinvogels
Mijn
spreekbeurt gaat over tuinvogels.
Ik houd zelf erg van vogels en samen met mijn moeder proberen wij zoveel mogelijk vogels in de tuin te krijgen en te houden.
We letten op onze poes dat hij niet achter de vogels aangaat.
Ik zal wat vogels opnoemen die in mijn tuin voorkomen: merels, winterkoninkje en super veel mezen zoals de pimpelmees en de koolmees,
mussen en ringmussen, wat vinken, kwikstaarten, een groenling en een roodborstje.
Eén keer zat er een kleine bonte specht, een ekster en een gaai in de tuin.
Soms ben ik zelf verbaasd van het aantal vogels in de tuin.
Voor mijn spreekbeurt heb ik een aantal punten:
Hulp aan tuinvogels in de winter
Water
Nestkasten
Hoe help je jonge vogels
Hoe tover ik de tuin om tot een vogelparadijs
1. Hulp aan tuinvogels in de winter
Vogels doen van alles om de winter door te komen. Sommige trekken weg naar warmere gebieden, zoals de zwaluw. Andere vogels veranderen hun menu.
De koolmees en de roodborst eten in plaats van insecten: zaden en vruchten. De gaai verstopt eikeltjes in de grond. Deze eikeltjes zijn ook later nog voedsel voor hun jongen.
Andere vogels hamsteren voedsel.
In de winter krijgen wij ook "wintergasten". Dit zijn dieren die uit bijvoorbeeld Rusland en Scandinavië komen om hier de winter door te brengen. Dit bedenken ze niet van te voren, hun instinct zorgt hiervoor. De kramsvogel is zo’n wintergast.
Zo zie je maar weer dat er veel manieren zijn om de winter door te komen.
In de winter hebben sommige vogels wel wat hulp nodig. Vooral extra energie om de temperatuur van hun lichaam op peil te houden.
Ik heb wat voer meegenomen en op de posters kunnen jullie ook wat voorbeelden zien.
De Vogelbescherming Nederland heeft verschillende soorten vogelvoer gemaakt met veel koolhydraten, mineralen, vitaminen, vetten en oliën.
Pinda’s en pindablokken geven de vogels extra energie. De pindablokken kun je in speciale voederhuisjes stoppen. Zodat de vogels er goed bij kunnen. En geen andere dieren het opeten. Met de vetblokken krijgen ze belangrijke vetten en oliën.
Wil je de vogels eens extra verwennen met levend voer dan kun je meelwormen geven of regenwormen. Dit is allemaal te koop.
Zoek in de tuin een rustige plek om de vogels te voeren, ergens waar ze niet gestoord worden door mensen en veilig zijn voor katten.
Als de voederplek een goed uitzicht biedt op de omgeving voelen de vogels zich extra veilig.
Vogels die hun voedsel op de grond zoeken zijn vaak extra schuw. Strooi daarom het voer onder of in de buurt bij struiken of bomen, zodat ze snel kunnen vluchten.
Doordat het klimaat veranderd wordt het steeds belangrijker vogels bij te voeren. Dus niet alleen als het vriest, maar de hele winter. Het aanbod van voedsel en de vraag naar voedsel komen steeds verder uit elkaar te liggen.
Als de lente komt hebben de vogels extra stress en gebruiken veel energie. Vogels die veel zijn bijgevoerd zijn sterker en gezonder. Zij zullen eerder en beter de energie hebben om een nest te maken.
De plek waar voedsel ligt moet wel schoon blijven. Oud voedsel of voedsel dat begint te rotten moet weggehaald worden. Zo blijven de vogels gezond en komen er geen ziektes.
2. Water
Het aantal vogelsoorten in de tuin hangt af van het voer, de struiken en de schuilplaatsen die in de tuin zijn. Maar ook of er water is.
Water is voor vogels net zo belangrijk als voedsel. Door de dieren schoon water te geven hebben de vogels drinkwater; ze kunnen baden en zo hun veren in goede conditie houden.
Ook in de winter is het belangrijk om vogels water aan te bieden. Je kunt ijsblokjes in ijssplinters vergruizen. Vogels smelten deze ijssplinters in hun snavel en krijgen op deze manier toch water binnen. Je kunt hiervoor een water- of drinkschaal gebruiken.
3. Nestkasten
Steeds meer natuurlijke nestplaatsen verdwijnen: akkers worden armer, gaten en kieren in gebouwen worden gedicht, kapotte dakpannen worden vervangen en oude boomholtes zijn zeldzaam.
Plaats je nestkasten in de tuin dan help je de vogels. En het geeft ook nog veel kijkplezier. Je kunt de vogels van dichtbij bekijken.
In de winkels zijn verschillende kasten te koop. Elke vogel heeft zo z’n wensen. Op de poster kun je wat modellen zien.
Je kunt er ook zelf één maken. Begin dan wel op tijd als je het kastje wilt verven, want vogels houden niet van de verfgeur. Pas als die is verdwenen accepteren de vogels hun nieuwe woning.
Plaats de kast met de opening naar het oosten gericht. Regen komt vaak uit het westen en net zoals jij willen de vogels ook graag een droog bed. Een soort overkapping helpt hierbij.
Zorg ervoor dat de zon niet steeds op het kastje schijnt anders wordt het te warm.
Een goede nestkast voldoet aan de volgende voorwaarden:
- de kast moet goed in elkaar zitten
- stevig en dik hout gebruiken
- weinig kieren hebben
- goed schoon kunnen maken
- goed kunnen ophangen
- de juiste invliegopening hebben. Op het bord staat een schema.
4. Hoe help je jonge vogels
Om de jonge vogels extra te helpen kun je ze levend voer geven. Zelfs zaadetende vogelsoorten zoals mussen voeren insecten aan hun jongen.
Vaak is hier gebrek aan in het broedseizoen. De komst van de insecten loopt niet altijd gelijk op met het uitkomen van de eieren.
Jonge vogels hebben levend voer nodig om te groeien. Roodborstjes en winterkoninkjes zijn dol op levend voer. Je kunt voor de jonge vogels mini-meelwormen kopen.
Door bij te voeren kunnen oudervogels overgaan op zaden, zodat er genoeg insecten overblijven om de jongen groot te brengen.
5. Hoe tover ik de tuin om tot een vogelparadijs
Een heel goed hulpmiddel om vogels in de tuin te krijgen is een natuurlijke tuin te maken.
• Planten die insecten aantrekken, zodat de vogels ze op kunnen eten.
• Zet speciale planten in de tuin. Zoals een lijsterbes en een sneeuwbes.
• Hang nestkastjes op. Maar dan wel hoog zodat er geen rovers bij kunnen. Bijvoorbeeld katten.
• Laat de tuin verwilderen. Zorg voor rommelige hoekjes.
• Zet een bordje neer met water. Het water mag niet dieper zijn dan 5 cm, en leg er gaas over heen voor de veiligheid van de vogels. Doe nooit anti-vries of zout in het water, want dat is schadelijk voor vogels.
• Zoek in het bos kleine boomstammen. En leg ze in de tuin.
• Zorg voor bomen met bessen. Als voedselbron.
• Leg een klein en ondiep vijvertje aan. Met wat struiken er omheen.
• Gebruik 's winters allerlei soorten voedsel. Want niet elke vogel lust hetzelfde.
• Laat ook vooral mos en klimop groeien.
• Als je rozen hebt en er zitten rozenbottels in, laat ze dan zitten. Dat is een belangrijke voedselbron voor zadeneters.
• Je kunt ook gewoon een paar keien op elkaar leggen en er een klein muurtje mee vormen, leuk voor insecteneters.
• Doe, leg of hang voederplaatsen op meerdere plekken in de tuin. Als je iets in een hoekje hangt heb je kans dat daar bijv. een roodborstje komt.
Heb je geen tuin, maar een balkon: Ook een balkon is diervriendelijk in te richten. Vogels en insecten komen graag langs als je ze voert, water en een beschut plekje geeft. Een voorbeeld zie je op mijn poster.
Wil je meer weten dan kun je informatie vinden over hoe je de vogels kunt helpen.
Kijk maar eens op www.vogelbescherming.nl of op www.tuinvogeltelling.nl
Dit was mijn spreekbeurt. Heeft iemand nog vragen?
Terwijl ik opruim kunnen jullie nu luisteren naar vogelgeluiden.
Wil je veel vogels in de tuin? Klik dan hier
Wil je tips voor het ophangen van een nestkast? Klik dan hier
Voor favoriete bomen en struiken van vogels klik je hier